Blog

  • Frans Verbeke

    Ik leerde Frans (6 april 1914 – 31 januari 1992) kennen als secretaris van de KBG, toen ik voorzitter werd.  Het was een aangenaam mens om mee samen te werken.

    Er ging een zekere voornaamheid van uit.  Hij kondigde de optredens aan in de eerste kabaretgroep Herfstvreugde.

    Zijn echtgenote was een kordate, zelfzekere vrouw.

    Ik heb er veel herinneringen aan bewaard:

    • Een KBG reis naar de gistfabriek van Brugge, waar zijn zoon een hoge functie bekleedde en waar we allemaal mochten (…) drinken.
    • Een bezoek bij hem thuis; hij was alleen met zijn broer E.P. Walter Verbeke en ze slaagden er niet in hartelijk te zijn.
    • Zijn onverwacht ontslag uit de KBG in het jaar (…).  Ik stond plots alleen met de kluts.
    • Een laatste ontmoeting met hem in de Hazelstraat, een paar weken voor zijn overlijden.
    • En de vele, vele vergaderingen die ik samen met hem doorgemaakt heb en waarvan hij telkens weer zegde: “We hebben onze verdomde plicht weer gedaan”.

    Nu leeft zijn echtgenote nog altijd in haar huisje, een beetje dement.  Een auto-ongeval heeft haar veel kwaad gedaan.

  • Arthur D’Heedene

    Arthur (16 april 1997 – 28 maart 1991) woonde vele jaren alleen in de Kruiseboomweg in een huis met verdieping over de Zwanebeek.

    Het was een vindingrijk man.

    Had o.a. een stoof met een zeer lange buis gemonteerd zoals eertijds in de klaslokalen omdat de warmte zich zou kunnen verspreiden in de keuken.

    En gaf mij gaarne raad voor de tuin.

  • Margarita Carpentier

    Margarita (6 november 1932 – 13 juli 1991) woonde in De Valke.

    Roger Boussauw kwam op een morgen vroeg aankloppen omdat zijn zieke vrouw in crisistoestand (coma?) gevallen was.  Ik maakte de volgende dagen haar doodsstrijd mee.  En dat was niet om aan te zien.  De vele kinderen kwamen over, een paar goedwillig en helpend, de andere zo maar.

    Ze was altijd stil en teruggetrokken en een fervente socialiste.  Ik was erbij toen de Deken haar kwam berechten.  Hij beperkte zich tot het aller nodigste, zonder een woord toelichting.

    Toen ze gestorven was, was Roger radeloos.  Hij ging zeker tweemaal per dag naar het kerkhof, werd ziek, …

    Tot hij een andere vrouw bij zich introk.  De rouw was plots gedaan.  Alleen sukkelde hij nog met zijn gezondheid.  Nieuwe heupen en zo.

    Ze waren ter gelegenheid van hun 50 jaar gouden bruiloft op kosten der kinderen eens naar Lourdes geweest, een oud gebruik.

  • Maria Coudron

    Maria (3 december 1914 – 23 juli 1991) was een buurvrouw in de Torhoutstraat, die jaren ziekelijk en terug getrokken leefde.

    Die jaren naeen mij hielp bij het versieren van het kapelletje met bloemen.

    Het was mooi om te ervaren hoe zij zorgvuldig met bloemen omging: zaaien, planten, bemesten.  Haar tuin stond vol, meestal met doorlevende bloemen.  En daarvan schonk zij er elk jaar een aantal voor ’t kapelletje.  En hielp ze ook uitzetten.  Veel nauwkeuriger dan ik het zelf deed.

  • Remi Balduyck

    Ik heb Remi (27 november 1914 – 7 oktober 1993) gekend als vinkenier van het eerste uur in de Potteriestraat.  En de Reynaerts moeten bevriend geweest zijn met zijn moeder Sylvie (?).

    Ik had er veel jaren later mee te maken.  Eerst toen hij zijn 50 jaar huwelijk vierde in de Stegelstraat, weinig meegevierd door de buurt.

    Wat later toen hij een proces inspande tegen Jacqueline Brabant, zijn huurder, omwille van de grondlasten.  Ik heb toen Jakelientje naar het Vredegerecht te Torhout gevoerd.  Voor éénmaal was ik aanwezig op een geding.  De vrederechter was eerst bezig met een erfeniszaak in de grote zaal.  Voor Jakelientje en Remi ging hij naar zijn bureel en zei dat ik moest meegaan.

    Het liep af … in het voordeel van de eigenaar.  Alhoewel Jakelientje het recht aan haar kant had, raadde hij haar aan toch te betalen om verdere ruzie te vermijden.

    Ze woonden vlak naast elkaar.

  • Omer Debruyne

    Omer (2 februari 1909 – 4 juli 1993) woonde in de Essestraat, sinds enkele jaren weduwnaar geworden.

    Was altijd opgewekt en vriendelijk, wist altijd een grap te vertellen, toen ik hem ontmoette op weg naar of op terugweg van de boerderij Vandecaveye-Denoo aan de Vijfwege, waar ik jarenlang om melk ging.

    Had 3 frivole dochters: getrouwd, hertrouwd, en … zo verder.

    Een vinkenliefhebber, eenvoudig.

    Zijn broer Achiel heeft vroeger jaren ook nog in de buurt gewoond en was duivenliefhebber.

    Ze waren van Gits afkomstig.

  • Febronie Decloedt

    Ik ging het kleine vrouwtje (27 december 1902 – 24 maart 1993) en zijn echtgenoot Alois Hoste elk jaar bezoeken, op hun verjaardag, in de Klinkestraat 11.  Hij was al lang mentaal gehandicapt.  Ze woonden nog samen in hun klein oud huisje, naast het huis van één van de dochters.

    Febronie was steeds bekommerd om haar kinderen en kleinkinderen.  En steeds hartelijk tegenover mij.  Ik ging er graag.

    Ze scheelden maar één dag, qua verjaren.

    De laatste tijd dat ze leefde, was ze bij een van haar dochters, vaak slapend of toch buiten bewustzijn en zo is ze ook overleden.

    Ze was trots op de familiefoto met al haar kinderen en kleinkinderen.

  • Omer Anne

    Omer (24 februari 1914 – 3 december 1992) was kasseilegger.  Gehuwd met nicht Maria Vangheluwe.

    Ik heb hem niet goed gekend.

    Hij was elke week op post in de H. Mis.  Leed lange tijd aan zijn hart, zodat hij nog nauwelijks uit zijn zetel kon.

    Hij was lid van de KBG tot kort voor zijn afsterven.  Na zijn dood was Maria geen lid meer.

    Ze heeft ons ook nooit uitgenodigd bij de viering van hun 25-jarig huwelijk.  Is er wel tegen de zin in van nonkel Alidor en tante Sidonie mee getrouwd.  Dat brengt herinneringen mee aan het cafe “De Muis”, nu ’t Dravershof” langs de baan naar Torhout.

    De 2 zonen zijn vreemden voor ons.

  • Palmer Vanslambrouck

    Palmer (30 augustus 1911 – 18 oktober 1992) was een zeer goede duivenliefhebber, eertijds wonend in de Kleine Essestraat, in zijn oude dag in de Sneppestraat, vooraan Torhout.

    Het was een familie van hoveniers.

    Ik kwam er maar mee in contact in de zomer van ’92 en hij kwam eens op bezoek met zijn vrouw.  Een paar maanden later telefoneerde ik om eens bij hem op bezoek te gaan.  Hij antwoordde dat hij ziek was en mij niet kon ontvangen.  Een drietal weken later stierf hij.

    Jammer!  Een verstandige, rustige man.  Ik ging naar Sint-Henricus naar de rozenkrans op de vooravond van zijn begrafenis.  Ik had 20 jaar vroeger met hem moeten in relatie zijn.

    Elk jaar ga ik eens op bezoek bij zijn schoonbroer en zuster in de Bollestraat.

    Hij had een zoon die naar ’t nieuw geloof is overgestapt.

  • André Demarré

    André (5 september 1905 – 19 maart 1978) was een tenger mannetje, je zou gedacht hebben dat hij in zijn jonge jaren ziek geweest was.  Maar overigens zelfzeker en praatgraag, wonend in de Hoogwielkestraat.

    Ook zijn 3 zonen waren tenger en niet zo kloek uitgegroeid.

    Zijn vader “Styn Marree” was een lelijke concurrent van mijn grootvader Edward Reynaert.  Ze wilden alle twee mordicus de zondagmorgen op dezelfde stoel zitten in de kerk.  Met als gevolg dat wij (mijn tweelingbroer Jozef en ik)  een half uur voor de mis de stoel moesten gaan bezetten.

    Alleen zijn dochter Maria, waarmee we halvelings bevriend zijn, had zelf kinderen.

    Hij speelde een rol in het ACW, de KWB en de KBG, de christelijke werkliedenorganisaties.