Categorie: Portretjes

  • Maria Vantomme

    Maria (1 maart 1912 – 8 juli 1980) was een gebuurvrouw uit de Torhoutstraat. Ze had een zeer goede reputatie voor haar jarenlang rol in KAV (en ook in KBG).

    Er was iets eigenaardigs:

    Haar man, Hector Buyse, getuigde van zichzelf dat hij helemaal geen brave hendrik was, en pochte graag over heldendaden uit zijn jonge jaren.

    Bij hen in woonde een ongehuwde, ietwat jongere, brave man, Adhemar Devisschere.  Waarom of hoe die situatie ontstaan is, en hoe de relatie was, blijft een geheim.  Zeker is dat na haar overlijden Adhemar met klikken en klakken buiten vloog.

    Heeft jaren later het huis dat zij bewoonde, en dat toebehoorde aan de erfgenamen van Alberic Ramboer, gekocht en is er komen wonen.

  • Magdalena Vandeputte

    Magdalena (29 augustus 1898 – 27 december 1972) was de zuster van de drukkers “Serom” en “Serard”, ongehuwd gebleven bij haar (simpele) zuster Maria.  Ze ontving ons –dat waren de leden van STRADA (?)- ieder jaar met een traktaat van wafels of pannenkoeken.  Ze was feitelijk de meest verstandige van de Vandeputtens.

    Ik heb een aangename herinnering aan dat jaarlijks feestje…

  • Jozef Vanhaverbeke

    Jozef Vanhaverbeke (29 juni 1896 – 14 juni 1969) was afkomstig van Izegem en bestuurde een stoelen- en meubelfabriek in de Statiestraat.

    Zijn bedrijf is een paar keren zo goed als failliet gegaan, maar met behulp van zijn 9 kinderen hiel hij het telkens er weer bovenop.

    Hij was uitgesproken katholiek en Vlaams, een durver die toch lekker “onder de sluffer” lag van zijn autoritaire vrouw Marie.  Hij deed graag joviaal en opgewekt.  Zo heeft hij, nadat zijn oudste zoon de fabriek overgenomen had, nog eens gans het onderwijzend personeel uitgenodigd voor een rondleiding en een traktaat.

    Hij verkreeg van pastoor Demeyere allerlei voorrechten op Lichtenhove, waarschijnlijk als dank voor zijn geldelijke steun en zijn bejaardenclub “Eeuwige Lente” geniet nu nog altijd daarvan.  Hij steunde ook openlijk de bouw van de IJzerboren.

    Zijn zonen waren eerder brutaal en ietwat vulgair.

    Toen De Zwaan politiek afhaakte, sprong hij als voorzitter van de middenstand in de boot met het A.C.W. en de boeren om de lokale C.V.P. afdeling op te richten.  Hij speelde een rol in STRADA en Davidsfonds.

    Hij had 27 kleinkinderen bij zijn overlijden.

    Na zijn dood brandde de fabriek in 1970 helemaal af en werd herbouwd in de Kortemarkstraat.  Sommigen hadden daar bedenkingen bij.  Het was op een dag dat de pompiers niet thuis waren…

  • Emeric Deschepper

    Emeric (9 december 1893 – 16 december 1969) woonde in onze (Torhout)straat.  Ik herinner hem mij als een mens die nooit loeg.  Die autoritair was, een nuchtere zakenman.

    Alhoewel de bloei van zijn zaak in bouwstoffen toegeschreven werd aan zijn eerste echtgenote Marie Ramboer.

    Hij had twee dochters met Maria Ramboer.  Hilda, waarvan hij verwachte dat ze niet trouwde.  En Laura, die mentaal gehandicapt is en in een tehuis in Deerlijk (?) ‘Maria Ter Ruste” opgenomen is.

    Zijn tweede vrouw, Julienne Maroy, woonde op kamers boven en had nog weinig contact met Emeric.  Men noemde ze “madamtje Storme”, omdat ze eerst met een Jules Storme gehuwd is geweest.

    Hij richtte een vennootschap op met Jules Missinne, en speelde ook samen met zijn vennoot met de duiven.  Hij had praktisch geen contact met zijn werkvolk en blijkbaar ook weinig met het dagelijks bestuur van zijn zaak.

    Hij speelde een rol in de N.S.B., de Witte Brigade en de dorpspolitiek.

    Hij had een broer Maurice (kluite) Schepper die ook een huis in de Torhoutstraat bezat.  Die echter in de Neerstraat woonde en ook met de duiven speelde.

    Zijn dochter Hilda is na zijn overlijden toch nog gehuwd met een pachter die een hartziekte had en die niet lang meer geleefd heeft.

  • Marcel Demunster

    Marcel Demunster (1 augustus 1911 – 19 april 1974) erfde het fortuin en de duivenringenfabriek van Cyriel Debaillie en Albert Demunster.  Hij was gehuwd met Marie-Louise Tjoens, die nu nog leeft.

    Hij hield zich liever bezig met een fabriekje van speelgoed (model foorattracties), dat nooit van de grond gekomen is, dan met de duivenfabriek.

    Hij had één dochter, Elsje, dat gebrekkig en dement was, en niet lang geleefd heeft.

    Zijn “meestergast” was Jan Pannier, een vriend uit zijn soldatentijd.

    Hij was geen fabrikant of handelaar.  Zijn “meestergast” en zijn vrouw hielden de zaak recht, tot ze doorverkocht werd onder de naam “Demster”.

    Hij was eigenlijk op alle gebied een stuurloze mens, zonder vaste wil; zijn fortuin was hem vanzelf in de schoot gevallen.

    Er werkten tientallen meisjes in zijn atelier.

  • Gustaaf Vanroose

    Staf Roose (8 augustus 1882 – 6 februari 1970) woonde in café “’t Ypershoekske” in de Statiestraat.

    Hij was gehuwd met de veel oudere Clementina Debaeke, die toen reeds een dochter Julienne had, die haar familienaam droeg.  Zo werd hij de schoonvader van Maurits Vanderhaeghe, de grote boer uit de Klinkestraat, die slechts 9 jaar jonger was dan hij.

    Moeder en dochter Debaeke hebben wel een eigenaardige rol gespeeld in De Zwaan.

    Staf heeft veel jaren op de kosten geleefd van Maurits – vooral tijdens de oorlogsjaren 40-45.

  • Albertine Vanzieleghem

    Albertine (28 maart 1896 – 13 februari 1972) maakte deel uit van het huis van vertrouwen: de schilders uit de Torhoutstraat.

    Het was een raar mengsel.

    Zij vormde een “gezin” met haar 2 broers Gerard en Jerome, die niet gehuwd waren.  Daarnaast woonde Arthur, gehuwd met zijn nicht Bertha Meerschaert.  Naast het gemeentehuis, waar nu het torentje is, woonde André Vanzieleghem.

    Abertine heeft heel haar leven gevrijd met een man uit Ardooie of Koolskamp.  Hij kwam trouw elke zondag op bezoek; er is nooit een huwelijk van gekomen.  Waarom weet ik niet.

    Iedereen voelde er zich thuis bij de Vanzieleghems.  Alle nieuwsjes werden er verteld.

    Je kon er terecht voor alle kleinigheden: een beetje mastiek, een kadertje, wat verf, … en er was altijd een babbeltje bij.

    Politiek waren ze mysterieus.  Ze praatten met de klanten van De Zwaan en De Keizer, zowel met de NSB als de VOSsen …  Niemand doorzag ze.

  • Julia Callens

    Ik herinner mij Julia (25 februari 1891 – 2 mei 1973) als een grote, dikke vrouw.  Haar man, Leon D’Heedene, was klein en tenger.  Zij bewoonden de bakkerij, het grote huis naast de herberg De Hoepel in de Torhoutstraat.  Ze leefden voor hun stiel en hun winkel.

    Wij konden het goed doen met de zonen, vooral Willy, ter gelegenheid van Straatjeskermis.

    Nadat zijn vrouw gestorven was, doolde Leon overal rond.  Hij was nergens meer wel.  Hij liep zijn paternosters te bidden langs de straat.  Hij heeft zichzelf dood getreurd.  Ik had nooit gedacht dat hij zo afhankelijk was van de zelfzekere, praatgrage Julia.

    Leon heeft haar 3 jaar overleefd, krankzinnig opgenomen in Sint Amandus Beernem.

  • Julia Callens

    Ik herinner mij Julia (25 februari 1891 – 2 mei 1973) als een grote, dikke vrouw.  Haar man, Leon D’Heedene, was klein en tenger.  Zij bewoonden de bakkerij, het grote huis naast de herberg De Hoepel in de Torhoutstraat.  Ze leefden voor hun stiel en hun winkel.

    Wij konden het goed doen met de zonen, vooral Willy, ter gelegenheid van Straatjeskermis.

    Nadat zijn vrouw gestorven was, doolde Leon overal rond.  Hij was nergens meer wel.  Hij liep zijn paternosters te bidden langs de straat.  Hij heeft zichzelf dood getreurd.  Ik had nooit gedacht dat hij zo afhankelijk was van de zelfzekere, praatgrage Julia.

    Leon heeft haar 3 jaar overleefd, krankzinnig opgenomen in Sint Amandus Beernem.

  • Achiel Maertens

    Achiel Maertens (29 mei 1890 – 3 februari 1974) was een gebuur uit het begin van de Essestraat.

    We noemden hem de kleine Maertens, in tegenstelling tot die andere gebuur, Emerie Maertens.  Hij was een rustig, stil mens, een echte landbouwarbeider.  Zijn dochter Elisabeth woont nu nog altijd in hetzelfde huis.

    We hebben soms op hem beroep gedaan om het werk in de tuin op tijd te laten gebeuren.

    Hij was de tweede man van Hermenie Van Iseghem.

    Ik had zijn kleinzoon Rudy in mijn klas.  Kon niet leren.  Maar is een goede, naarstige huisschilder geworden.